Hoe doorligwonden voorkomen?
Waar?
Doorligwonden komen vooral voor op plaatsen waar het bot dicht onder de huid ligt, zoals bvb. bij de heupen, de hielen en het staartbeen. Bij kinderen die moeilijk bewegen kunnen er bovendien doorligwonden verschijnen aan het achterhoofd. Ze kunnen zelfs ontstaan op plaatsen waar geen rechtstreekse druk wordt uitgeoefend.
Bij wie?
Mensen die lange tijd stil liggen of zitten hebben meer kans op doorligwonden. Daarnaast lopen ook mensen die onvoldoende eten, overmatig zweten en een slechte algemene conditie hebben een hoger risico. Onder normale omstandigheden verandert iemand regelmatig van houding, waardoor de drukplaats steeds verandert. Sommige mensen ervaren minder prikkels om van houding te veranderen, bijvoorbeeld doordat hun pijngevoeligheid afneemt.
Hoe voorkomen?
Decubitus kan je vermijden door de hoeveelheid druk te verkleinen, en door de duur van de druk te verminderen. Dat kan via het aanpassen van lichaamshoudingen en via drukreducerende matrassen en kussens.
In de ene houding is het contactoppervlak veel groter dan in de andere. Hoe groter het contactoppervlak, hoe meer de druk kan verspreid worden en hoe lager die druk is. Daarom is het heel belangrijk de juiste lichaamshouding te kiezen en voldoende van houding te veranderen om decubitus te voorkomen.
Als
het hoofdeinde van het bed omhoog wordt gebracht, neemt de druk toe. Gebruik
daarom in rugligging bij voorkeur een “30° semi-fowlerhouding” (zie
tekening). Om die houding goed uit te voeren, heb je wel een verstelbaar bed
nodig. Let er zeker op dat je geen onnodig materiaal plaatst tussen de matras
en de persoon, want dat vermindert het effect van de matras.
Soms biedt buikligging een alternatief. De druk is vergelijkbaar met een semi-fowlerhouding, maar je dient er dan wel voor te zorgen dat de tenen drukvrij zijn, bijvoorbeeld met een kussen onder de onderbenen (zie tekening).
De zithouding die de laagste druk voortbrengt, is een achteroverzittende houding waarbij de benen ondersteund worden door een bankje. De hielen mogen echter niet op het bankje steunen, anders wordt de druk daar te groot (zie tekening). Het is aan te raden de zitduur zo kort mogelijk te houden.


Drukreducerende matrassen proberen het contactvlak tussen de persoon en de matras te vergroten, zodat de druk vermindert. Er bestaan twee soorten, namelijk statische en dynamische drukspreidende matrassen.
Statische matrassen zijn schuimmatrassen die werken met een traag geheugen. Sommige merken kunnen de druk 20 tot 30% reduceren, maar niet allemaal. Bovendien verminderen ze niet in alle houdingen de druk. Bij deze matrassen is het belangrijk het aantal lagen tussen de persoon en de matras zo veel mogelijk te beperken, anders is het niet mogelijk voldoende te zakken in de matras. Zelfs stevig ingestopte lakens verminderen het effect van de matras. Het blijft ook noodzakelijk om minstens elke 4 uur van houding te wisselen.
Als mensen geen wisselhouding kunnen krijgen, is het misschien beter de aankoop van een dynamische matras te overwegen. Deze matrassen worden aangesloten op een pomp die warme lucht of siliconenkorrels door de matras blaast. Dergelijke systemen zijn veel duurder dan de statische matrassen, maar eventueel kan je de pomp apart huren bij de uitleendienst van je ziekenfonds. Matrassen kan je er vaak tegen een voordelige prijs aankopen. In sommige regio’s zal de mutualiteit je daarvoor doorverwijzen naar een bevriende organisatie.
Als mantelzorger kan
je dus op heel wat zaken letten, om de kans op doorligwonden te beperken. Die
inzet is heel belangrijk. Van zodra je doorligwonden vermoedt, neem je best
contact met je huisarts of thuisverpleegkundige.
Bron:
Defloor T., Herremans A., Grypdonck M. et al. Herziening Belgische
richtlijnen voor Decubituspreventie. Brussel: Federaal Ministerie van
Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, 2004
Voor meer informatie kan je terecht op www.decubitus.be.