Hoe ga je als mantelzorger om met mensen die een beroerte hebben gehad?
Een herseninfarct kan een gezonde persoon van de ene op de andere dag volledig afhankelijk maken van anderen. Voor de omgeving is het niet altijd duidelijk hoe en op welke manier om te gaan met deze zorgafhankelijke persoon. Dit artikel gaat dieper in op de gevolgen van een beroerte en hoe er tijdens de eerste weken van de revalidatie thuis met deze persoon kan omgegaan worden.
Wat
is een beroerte?
'Beroerte' is een begrip dat vooral in de volksmond gebruikt wordt. Synoniemen
zijn: hersenbloeding, attaque en CVA (cerebro-vasculair-accident).
Dikwijls zijn verstoppingen van bloedvaten in de hersenen door een bloedklontertje of het langzaam dichtslibben van bloedvaten oorzaak van een beroerte. Maar ook een ongeval, een tumor of zuurstoftekort in de hersenen kunnen er een veroorzaken.
Wat kunnen de gevolgen zijn?
Na een
beroerte kunnen er stoornissen optreden in:
het denken, het geheugen en de persoonlijkheid
de taal en de spraak
het bewegen
het horen, het zien en het voelen.
Vaak zie je ook dat er beperkingen of veranderingen verschijnen in:
gedrag en communicatie
de persoonlijke verzorging
het voortbewegen en de lichaamsbeheersing.
Is de linkerhersenhelft getroffen door de beroerte, dan zijn de gevolgen merkbaar in de rechterlichaamshelft. Is de rechterhersenhelft geraakt, dan zijn de gevolgen merkbaar in de linkerlichaamshelft.
REVALIDATIEPROCES
De
herstelperiode die volgt na een beroerte verloopt in drie fasen:
Fase
1: De acute fase
De
acute fase is de periode juist na de beroerte: de opnameperiode in het
ziekenhuis. Daar zoekt men naar de oorzaak van de beroerte om een juiste
behandeling op te starten.
Afhankelijk van de ernst volgt er na de acute fase een intensief revalidatieprogramma in het ziekenhuis of een herstelperiode thuis.
Fase
2: De revalidatiefase in het ziekenhuis
Afhankelijk van de ernst van de gevolgen van de beroerte varieert de
revalidatiepreiode in het ziekenhuis van enkele weken tot enkele maanden. Het
doel van de therapie tijdens deze revalidatieperiode is een zo groot mogelijk
herstel van de verloren functies te bereiken.
Eens deze doelstelling bereikt is, vergroot de zelfredzaamheid van de patiënt en wordt het mogelijk om terug naar huis te gaan.
Fase
3: De herstelfase thuis
Eenmaal
thuis is het noodzakelijk te blijven oefenen. Dit niet doen bemoeilijkt het
herstel. Zo kunnen gedeeltelijk herwonnen functies opnieuw afnemen. Therapie
thuis kan aangeboden worden door kinesitherapeuten, logopedisten en
ergotherapeuten.
Is therapie thuis niet mogelijk, dan kan er ook ambulante therapie gevolgd worden in een revalidatiecentrum.
Daarnaast is het nodig dat de patiënt zich thuis zoveel mogelijk inzet om te zorgen dat het herstel zo volledig mogelijk verloopt.
Natuurlijk is het belangrijk dat naast professionele hulp ook familie en vrienden meehelpen in het revalidatieproces. De hulp moet de zelfstandigheid van deze persoon zoveel mogelijk bevorderen en stimuleren.
TIPS VOOR MANTELZORGERS
1 Tips bij de verzorging
De verzorging van de patiënt en ook het voeren van een gesprek gebeurt altijd via de aangedane zijde; dit is de zijde waar de verlamming optreedt. Dat is belangrijk om die zijde te leren waarnemen.
Trek nooit aan een verlamd lichaamsdeel. Dit kan ernstige gevolgen hebben.
Betrek zoveel mogelijk de aangedane zijde van de patiënt in de dagelijkse activiteiten.
Het is belangrijk de patiënt zoveel mogelijk zelf te laten doen. Dit stimuleert het zelfwaardegevoel van de patiënt.
2 Tips bij verwaarlozing van de aangedane lichaamshelft
Bied voorwerpen steeds aan langs de aangedane zijde. Zo leert de patiënt de middellijn van het lichaam kruisen.
Gaat het om iemand met halfzijdige blindheid? Laat de patiënt dan bij het eten eerst opnoemen wat er op het bord ligt. Daarmee vermijd je dat hij de helft van het eten laat liggen.
Laat de patiënt de arm naast zijn lichaam afhangen? Wijs hem er dan op die arm bij zich te nemen. Hij moet leren dat die arm een deel van zijn lichaam is.
3 Tips voor de woning
Veel mensen die een beroerte hebben gehad, gaan traag naar de voordeur als er gebeld wordt. Een briefje aan de deur helpt.
Vermijd hindernissen als matten, drempels en losse kabels.
Er is een rijk gamma aan hulpmiddelen verkrijgbaar, zowel voor het dagelijks leven als voor een hobby. Een ergotherapeut geeft je hiervoor graag advies.
Zorg ervoor dat de woonruimte niet te vol staat en dat er een ruime doorgang is.
4 Tips bij taalproblemen
Neem de tijd voor een gesprek, ga rustig bij de patiënt zitten en laat voelen dat je tijd en belangstelling hebt voor een gesprek.
Zorg dat er een schrift en potlood in de buurt zijn. Als er een probleem is met de verstaanbaarheid, dan kan alles opgeschreven worden.
Gebruik gebaren of beeld iets uit. Maak gebruik van geschreven taal, prenten en tekeningen.
Observeer de lichaamstaal van de patiënt.
Praat niet met anderen over het hoofd van de patiënt heen.
5 Tips bij het eten
Vermijd eten en drinken in bed of in de rolstoel.
Zorg voor een goede zithouding aan de tafel. Zorg ervoor dat de aangedane arm naast het bord op de tafel ligt.
Drinken gebeurt best met beide handen samen. Zo wordt de aangedane arm gestimuleerd.
6 Tips bij de zithouding
De heup, de knie en de voet vormen bij het zitten best een rechte hoek.
Het getroffen been mag niet naar buiten rollen, de voet mag niet bengelen.
De voet moet plat op de grond staan of op een voetbankje aangepast aan de hoogte.
De aangedane arm rust op de tafel of op een op de rolstoel bevestigd blad.
7 Tips bij rolstoelgebruik
Zet een rolstoel in stilstand altijd vast met de remmen. Deze gouden regel voorkomt veel ongevallen.
Het gebruik van een rolstoel moet beperkt blijven tot het allernoodzakelijkste. Een rolstoel is een vervoermiddel, geen woonplaats.
8 Tips bij ontspanning
Zoek activiteiten waarbij beide handen gebruikt worden of stimuleer de aangedane hand tot bewegen.
Activiteiten zoals fietsen, tuinieren en zwemmen kunnen aan beperkingen aangepast worden.
Met een ergotherapeut kan je creatieve technieken als schilderen, tekenen en naaien uitproberen en er indien nodig hulpmiddelen voor zoeken.
Bron: Een beroerte, handreiking aan patiënten met een hersenletsel, hun omgeving, hun verzorgers. Uitgeverij Garant, 1996
Meer informatie?
Wend je tot de ergotherapeute van het Regionaal Dienstencentrum, Lange Nieuwstraat 109, 2000 Antwerpen.
Tel: 03/203 76 93
E-mail: dienstencentrum@lmpa.be