Tussenkomst van het Sociaal Verwarmingsfonds
De maximumprijs van de huisbrandolie is de laatste jaren aanzienlijk gestegen. Daardoor lopen personen met een bescheiden inkomen het risico letterlijk in de kou te blijven zitten. Daarom werd de vzw Sociaal Verwarmingsfonds opgericht. Deze vereniging komt gedeeltelijk tussen in de betaling van de verwarmingsfactuur van personen die zich in een moeilijke financiële situatie bevinden. Het is een uitvoerend initiatief van de overheid, de OCMW’s en de petroleumsector.
Wat is het?
De vzw Sociaal Verwarmingsfonds komt voor een deel tussen in de betaling van de stookoliefactuur van personen die zich in een moeilijke financiële situatie bevinden. De levering moet dan wel gebeuren in de periode tussen 1 januari en 31 december 2009.
Het gaat enkel om betaalde facturen voor huisbrandolie, lamppetroleum (type c) en bulkpropaangas. Er kan geen tussenkomst verkregen worden voor aardgas via aansluiting op het stadsdistributienet, propaangas in gasflessen en butaangas in gasflessen.
Heb ik er recht op?
Om recht te hebben op een tussenkomst van het Sociaal Verwarmingsfonds moet je behoren tot één van de volgende drie categorieën:
Categorie 1: personen met recht op verhoogde verzekeringstegemoetkoming van de ziekte- en invaliditeitsverzekering
Tevens is vereist dat het jaarlijks bruto belastbaar inkomen van het huishouden lager of gelijk is aan 14.887,95 euro, verhoogd met 2.756,15 euro per persoon ten laste (= een lid van het huishouden van de gerechtigde met een netto jaarinkomen, zonder de kinderbijslag en het eventuele onderhoudsgeld, dat lager is dan 2.700 euro). Dit bedrag geldt voor alle aanvragen ingediend vanaf 1 juni 2009.
Categorie 2: personen met een begrensd inkomen
Huishoudens met een jaarlijks bruto belastbaar inkomen dat lager ligt of gelijk is aan 14.887,95 euro, verhoogd met 2.756,15 per persoon ten laste. Er wordt hierbij rekening gehouden met het niet-geïndexeerde kadastraal inkomen (x 3) van de onroerende goederen buiten de gezinswoning. Dit bedrag geldt voor alle aanvragen ingediend vanaf 1 juni 2009.
Categorie 3: personen met schuldoverlast
Personen die een schuldbemiddeling of een collectieve schuldenregeling genieten en de verwarmingsfactuur niet kunnen betalen.
Behoor je niet tot deze categorieën en is je jaarlijks netto belastbaar gezinsinkomen lager of gelijk aan 26.000 euro? Dan kan je bij de Federale Overheidsdienst Economie een aanvraag voor een forfaitaire vermindering van 105 euro indienen. Meer info kan je bekomen via het nummer 0800/120 33 of op www.mineco.fgov.be.
Voor welke brandstof?
De in aanmerking komende brandstoffen zijn:
huisbrandolie in bulk: een verwarmingsbrandstof, ook stookolie of mazout genaamd, in vloeibare vorm, besteld in liter (grote hoeveelheid), voor het vullen van een brandstoftank;
huisbrandolie (of mazout) aan de pomp: hetzelfde product als het hierboven toegelichte product, maar in kleine hoeveelheden gekocht (jerrycans van 5 of 10 liter), gebruikt voor petroleumkachels;
lamppetroleum (type c) aan de pomp: een verwarmingsbrandstof in vloeibare vorm, vooral gebruikt voor petroleumkachels (= op zich staande petroleumkachels zonder rookgaskanaal), gekocht in kleine hoeveelheden (jerrycans van 5 of 10 liter);
bulkpropaangas: petroleumgas, verkocht in liter voor het vullen van een propaangastank.
Hoeveel bedraagt de toelage?
Per huishouden en per verwarmingsperiode kan er maximum 1.500 liter brandstof in aanmerking genomen worden voor de toekenning van een verwarmingstoelage.
Voor de grote hoeveelheden geleverde brandstoffen schommelt het bedrag van de toelage tussen 0,14 en 0,20 euro per liter en de maximumtoelage per huishouden bedraagt 300 euro.
Zodra de op de factuur aangerekende prijs, BTW inbegrepen, gelijk of hoger is dan de drempels die hieronder bepaald zijn, wordt de bijdrage als volgt bepaald:
|
prijs per liter vermeld op de factuur |
bedrag van de toelage per liter |
maximumbedrag van de toelage per prijscategorie |
|
minder dan 0,9300 euro |
0,14 euro |
210 euro |
|
tussen 0,9300 en 0,9550 euro |
0,15 euro |
225 euro |
|
tussen 0,9550 en 0,9800 euro |
0,16 euro |
240 euro |
|
tussen 0,9800 en 1,0050 euro |
0,17 euro |
255 euro |
|
tussen 1,0050 en 1,0300 euro |
0,18 euro |
270 euro |
|
Tussen 1,0300 en 1,0550 euro |
0,19 euro |
285 euro |
|
meer dan 1,0550 euro |
0,20 euro |
300 euro |
Voor in kleine hoeveelheden aan de pomp aangekochte huisbrandolie of verwarmingspetroleum (type c) is er een forfaitaire verwarmingstoelage van 210 euro. Eén aankoopbewijs volstaat om recht te hebben op de forfaitaire toelage. De toekenning van een forfaitaire toelage voor brandstof aan de pomp sluit de toekenning van een toelage voor een levering van brandstof in bulk uit en omgekeerd.
Indien je recht hebt op de toelage, ontvang je dit bedrag in de hand (cash) of via een storting op je rekeningnummer. Als je behoort tot categorie 3 wordt de toelage via het OCMW rechtstreeks betaald aan de brandstofleverancier.
Wat moet je doen?
Indien je denkt recht te hebben op steun van het Sociaal Verwarmingsfonds, moet je contact opnemen met het OCMW van je gemeente binnen de 60 dagen na de levering.
Het OCMW zal nagaan:
of je wel degelijk behoort tot één van de categorieën van de doelgroep;
of je inderdaad gebruik maakt van een brandstof waarvoor je de steun kan krijgen;
of het adres dat op de factuur wordt vermeld, overeenkomt met het leveringsadres en het adres waar je gewoonlijk verblijft;
of je voldoet aan de hierboven gestelde inkomensgrenzen.
Het OCMW zal volgende documenten vragen:
een kopie van de leveringsfactuur of -bon. Indien je in een gebouw met meerdere appartementen woont, vraag je aan de eigenaar of beheerder van het gebouw een kopie van de factuur en een attest met vermelding van het aantal appartementen waarop de factuur betrekking heeft;
indien je behoort tot categorie 1 of 2:
je identiteitskaart;
op vraag van het OCMW: het bewijs van het gezinsinkomen (het meest recente aanslagbiljet, de meest recente loonfiche, het meest recente attest van een ontvangen sociale uitkering, ...);
indien je behoort tot categorie 3:
je identiteitskaart;
de beslissing van toelaatbaarheid van de collectieve schuldenregeling of een attest van de persoon die de schuldbemiddeling verricht.