Tegemoetkomingen aan personen met een handicap: de huidige bedragen
Inkomensvervangende tegemoetkoming (IVT)
De inkomensvervangende tegemoetkoming wordt toegekend aan een persoon met een handicap van wie is vastgesteld dat zijn/haar lichamelijke en psychische toestand zijn/haar verdienvermogen heeft verminderd tot een derde of minder van wat een valide persoon door een beroep op de algemene arbeidsmarkt kan verdienen.
De tegemoetkoming kan ook worden toegekend als voorschot op een uitkering (bijvoorbeeld na een verkeersongeval in afwachting van de gerechtelijke uitspraak) of op sociale uitkeringen wat ziekte en invaliditeit, beroepsziekten, inkomensgarantie-uitkering voor ouderen (IGO), ... betreft.
|
Categorie |
Bedrag per jaar |
|
categorie A: personen die niet behoren tot categorie B of C |
6.043,68 euro |
|
categorie B: alleenstaande gerechtigden |
9.065,52 euro |
|
categorie C: gerechtigden die een huishouden vormen of een kind ten laste hebben |
12.087,36 euro |
Het bedrag van de tegemoetkoming wordt gedeeltelijk verminderd met het bedrag van het inkomen van de persoon met een handicap en van de echtgenoot/echtgenote of partner van de persoon met een handicap.
Voor de berekening van de inkomensvervangende tegemoetkoming wordt er geen rekening gehouden met:
het gedeelte van het inkomen van de partner dat niet meer bedraagt dan 3.021,84 euro per jaar;
het arbeidsinkomen van de persoon met een handicap, met name:
50 % op de inkomsten tussen 0 en 4.504,35 euro per jaar;
25 % op de inkomsten tussen 4.504,35 en 6.756,53 euro per jaar;
het deel van de andere inkomsten van de persoon met een handicap dat geen 634,10 euro per jaar overschrijdt.
Het recht op deze tegemoetkoming vervalt niet bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar, maar de tegemoetkoming kan vervangen worden indien de tegemoetkoming ‘hulp aan bejaarden’ voordeliger is.
Integratietegemoetkoming (IT)
De integratietegemoetkoming is bestemd voor personen met een handicap die omwille van hun beperkte zelfredzaamheid bijkomende kosten hebben om zich te integreren in de samenleving of hiertoe op bijzondere voorzieningen een beroep moeten doen.
De bedragen worden toegekend in functie van de graad van zelfredzaamheid, die wordt uitgedrukt in punten.
|
Categorie |
Graad van zelfredzaamheid |
Bedrag per jaar |
|
categorie I |
7 of 8 punten |
1.104,09 euro |
|
categorie II |
9 tot en met 11 punten |
3.762,33 euro |
|
categorie III |
12 tot en met 14 punten |
6.011,74 euro |
|
categorie IV |
15 of 16 punten |
8.758,34 euro |
|
categorie V |
17 of 18 punten |
9.935,79 euro |
De gerechtigde op de integratietegemoetkoming geniet sedert 1 mei 2011 een vermindering van 20.740,31 euro per jaar op het inkomen van de partner. Boven dit bedrag wordt de helft afgetrokken. Indien de persoon met een handicap er voordeel mee doet, wordt enkel de integratietegemoetkoming toegekend waarvan het bedrag verminderd wordt met de helft van het gedeelte van het beroepsinkomen van de persoon met een handicap dat 20.740,31 euro per jaar overschrijdt.
De vrijstelling op het vervangingsinkomen van de persoon met een handicap bedraagt 2.962,48 euro, indien de arbeidsvrijstelling niet hoger is dan 17.777,41 euro per jaar. Indien de arbeidsvrijstelling hoger is dan 17.777,41 euro, geldt een vrijstelling die gelijk is aan het verschil tussen 2.962,48 euro en het gedeelte van de genoten arbeidsvrijstelling dat meer bedraagt dan 17.777,41 euro per jaar.
Op de andere inkomsten gelden specifieke vrijstellingen.
Een aanvraag voor de inkomensvervangende tegemoetkoming geldt eveneens als een aanvraag voor de integratietegemoetkoming.
Het recht op deze tegemoetkoming vervalt niet bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar, maar de tegemoetkoming kan vervangen worden indien de tegemoetkoming ‘hulp aan bejaarden’ voordeliger is.
Tegemoetkoming ‘hulp aan bejaarden’ (THAB)
De tegemoetkoming ‘hulp aan bejaarden’ is een financiële tegemoetkoming voor 65-plussers met een verminderde graad van zelfredzaamheid.
Ook senioren die reeds een inkomensvervangende tegemoetkoming en/of integratietegemoetkoming hebben, kunnen ter vervanging hiervan eventueel aanspraak maken op een tegemoetkoming ‘hulp aan bejaarden’, indien deze tegemoetkoming voordeliger zou zijn. Dit kan nagegaan worden door de dienst maatschappelijk werk van je ziekenfonds of door je vakbond.
De bedragen worden toegekend in functie van de graad van zelfredzaamheid, die uitgedrukt wordt in punten.
|
Categorie |
Graad van zelfredzaamheid |
Bedrag per jaar |
|
categorie I |
7 of 8 punten |
943,52 euro |
|
categorie II |
9 tot en met 11 punten |
3.601,61 euro |
|
categorie III |
12 tot en met 14 punten |
4.378,98 euro |
|
categorie IV |
15 of 16 punten |
5.156,12 euro |
|
categorie V |
17 of 18 punten |
6.333,57 euro |
Deze tegemoetkoming wordt verminderd met het bedrag van het inkomen (het pensioen wordt slechts voor 90 % gerekend) dat volgende grenzen overschrijdt:
14.994,63 euro per jaar voor gerechtigden met personen ten laste;
11.999,68 euro per jaar voor alleenstaanden en samenwonenden.
Deze drie tegemoetkomingen kan je aanvragen bij de bevoegde dienst van je gemeente.
Inkomensgarantie voor ouderen (IGO)
Is de totaliteit van het pensioen (gerekend voor 90 %) en de overige bestaansmiddelen (na aftrek van verschillende vrijstellingen) kleiner dan onderstaande grensbedragen? Dan wordt het verschil bijgepast.
|
Categorie |
Grensbedrag op jaarbasis |
Grensbedrag op maandbasis |
|
Samenwonenden |
7.476,84 euro |
623,07 euro |
|
Alleenstaanden |
11.215,26 euro |
934,61 euro |
Elke pensioenaanvraag bij de Rijksdienst voor Pensioenen (RVP) geldt eveneens als een IGO-aanvraag. Als je geen pensioenaanvraag hebt ingediend, moet je je aanbieden bij je gemeentelijke administratie of rechtstreeks bij de RVP.
Bron: ADMD Info nr.2 (mei 2011), website FOD Sociale Zekerheid