De ziekte van Parkinson kan zowel mannen als vrouwen treffen en kan op elke leeftijd optreden. Doorgaans zijn de eerste symptomen vaag en nauwelijks merkbaar. Door de verbeterde medicatie blijft de ontwikkeling ervan binnen de perken, maar het blijft een chronische ziekte die niet te stoppen is.
De ziekte ontstaat door het afsterven van zenuwcellen in de middenhersenen. Deze zenuwcellen produceren dopamine. Dopamine is een neurotransmitter, een boodschapperstof die nodig is om signalen door te geven van de ene hersencel naar de andere. Iedereen heeft dopamine in de hersenen, maar mensen met Parkinson hebben er niet genoeg. Daardoor kunnen de hersenen moeilijker de spieren sturen.
De diagnose is niet gemakkelijk te stellen door de geneesheer, omdat verschillende andere ziektebeelden gelijkaardige symptomen kennen.
De drie kernsymptomen zijn beven, spierstijfheid en bewegingstraagheid. Elk van die symptomen kan meer of minder intens zijn. Ze kunnen afzonderlijk voorkomen, of in combinatie. En ze kunnen zich zowel eenzijdig voordoen, als aan beide kanten van het lichaam.
Het beven is niet te onderdrukken en is altijd aanwezig als het lichaam in rust is. Maar als men in slaap valt, stop het beven. Dat beven is het meest opvallende symptoom voor anderen. Patiënten die proberen om minder te beven, zijn daardoor gespannen, waardoor ze eigenlijk nog meer beven. Een aantal patiënten schaamt zich hierover, waardoor zij belangrijke sociale contacten verloren laten gaan. Maar zelfbewustheid en aanvaarding kunnen de symptomen een stuk minder heftig maken.
De spierstijfheid zit in het volledige lichaam, maar begint dikwijls bij de nek en bij de schouders. Dit is niet zo zichtbaar als het beven, maar het zorgt voor heel wat lichamelijke problemen. De stijfheid kan leiden tot pijn in de spieren en gewrichten, maar kan ook leiden tot onhandigheid op verschillende vlakken.
Bij grotere bewegingen, zoals lopen, heeft men vaak problemen bij het op gang komen, alsof er lood in de schoenen zit. En eenmaal je aan het stappen bent, is het moeilijk weer te stoppen. Voeten vegen gaat erg moeilijk, maar ook bijvoorbeeld een vest aantrekken gaat niet van een leien dakje. Dit noemen we de bewegingstraagheid of hypokinesie.
Zodra er eenmaal Parkinsonklachten zijn, gaan ze niet meer weg. Er zijn tot nu toe geen medicijnen ontwikkeld die de natuurlijke aanmaak van dopamine herstellen. Genezen of voorkomen is dus niet mogelijk. De bestaande medicijnen verminderen wel de symptomen. De oudste en nog altijd de belangrijkste van die medicijnen is levodopa, een stof die verwant is aan de eerder genoemde dopamine. Door de ziekte kunnen de hersenen geen dopamine meer aanmaken. Maar ze kunnen levodopa wel nog omzetten in dopamine. Deze levodopa helpt dus de tekorten aan dopamine gedeeltelijk aan te vullen. Daarnaast zijn er ook andere preparaten, die op een andere of aanvullende manier werken.
Een operatie overweegt men pas als de persoon met Parkinson niet reageert op de geneesmiddelen, of als de bijwerkingen zoveel last bezorgen dat het onmogelijk is de geneesmiddelen te blijven gebruiken. Deze operaties worden vooral bij jongere patiënten toegepast. Via een gaatje in de schedel plaatst de chirurg een elektrode op het gebied van de hersenen dat moet uitgeschakeld worden om het beven te verminderen. Of via een andere techniek plaatst men op dat gebied onderhuids een stimulator. Maar deze operaties hebben geen invloed op de spierstijfheid of op de bewegingstraagheid. En ook na de operatie zal de ziekte langzaam blijven toenemen.
Godelieve Janssens
Gebr. Boellaan 42, 9140 TEMSE
Tel: 03/771.14.13
e-mail:
parkinsonliga@skynet.be
Website:
www.parkinsonliga.be