Leven met een prothese
Been- en voetprothesen zijn er de laatste jaren sterk op vooruitgegaan. Het fameuze ‘houten been’ behoort dan ook voorgoed tot het verleden. Daarenboven kan een persoon met een handicap dankzij zijn/haar prothese steeds vaker weer een normaal leven leiden. Misschien merk je het als toevallige voorbijganger niet eens op. Maar wat verandert er nu precies voor de persoon in kwestie?
Weer leven zoals vroeger of toch niet?
Jaarlijks worden er in België ongeveer duizend amputaties van de onderste ledematen verricht. De meeste patiënten krijgen nadien een prothese. Die vervangt het geamputeerde lichaamsdeel en zorgt ervoor dat de persoon met een handicap de draad van zijn/haar leven weer kan opnemen. De prothese heeft dus wel degelijk een positieve invloed, want indien de patiënt ze niet had, zou hij/zij onvermijdelijk in een rolstoel belanden of zou hij/zij zich met krukken moeten behelpen.
Volgens dr. Daniel Welraeds, chirurg en specialist revalidatie en lichamelijke schade-evaluatie aan het Centrum voor Traumatologie en Revalidatie (CTR) in Brussel kan een persoon met een prothese zeker nog een normaal sociaal, gezins- en beroepsleven leiden. “Alleen trappen, oneffen terrein en een steile ondergrond zorgen voor moeilijkheden. Bovendien is een prothese ter vervanging van de onderste ledematen totaal onzichtbaar. Het enige wat opvalt, is dat de patiënt mank loopt.”
Een prothese is dus veeleer een voor- dan een nadeel voor de gebruiker. Toch doet het gebruik ervan problemen rijzen, want zoiets slorpt veel energie op. Onze benen bevatten veel spieren en zenuwen en hun werking kan helaas niet vervangen worden door de prothese. Als je een prothese draagt, moet je letterlijk nadenken over elke stap die je zet en voortdurend opletten voor obstakels. Die voortdurende waakzaamheid veroorzaakt extra vermoeidheid. Bovendien is ook het aantrekken van een prothese niet zo eenvoudig, zeker niet als je in een zwakke lichamelijke conditie verkeert.
De kwetsbaarste groepen
De grootste risicopatiënten zijn echter net personen die geen al te goede gezondheid hebben. De belangrijkste oorzaak van amputaties in Vlaanderen is namelijk arteritis in de onderste ledematen, een ziekte die de slagaders doet verstoppen, waardoor de onderste ledematen niet meer genoeg bloed krijgen. Zonder voldoende doorbloeding worden de ledematen zeer kwetsbaar en ontstaat er gangreen, een levensbedreigende aandoening. Amputatie is dan ook de enige oplossing. De oorzaken van arteritis zijn onder andere roken, overgewicht en diabetes. De meeste prothesepatiënten kampen dus sowieso al met andere gezondheidsproblemen. Als het dragen van een prothese te vermoeiend is, dan kan je als patiënt overschakelen op een rolstoel of de prothese enkel dragen op bepaalde tijdstippen van de dag, bijvoorbeeld als je buitenkomt.
Terugbetaling
Het RIZIV betaalt prothesen gedeeltelijk terug, op basis van een classificatie die afhangt van het vermogen van de persoon in kwestie om zijn/haar prothese te gebruiken. Hoe mobieler en actiever je kan blijven met de prothese, hoe hoger de terugbetaling. Jongeren en gezonde personen krijgen dus meer terugbetaald voor geavanceerde prothesen. Toch wordt er altijd een eigen bijdrage aangerekend aan de patiënt en hoe duurder de prothese, hoe hoger die oploopt.
Een persoon met een prothese getuigt
Koen D.K. kreeg in augustus 2001 een zwaar motorongeluk waarbij hij zijn rechterbeen verloor. “Een klein jaar na het ongeluk kreeg ik, na een zware revalidatie, mijn eerste prothese. Het vroeg een aantal maanden training vooraleer ik me er behoorlijk mee uit de slag kon trekken. Ondertussen heb ik reeds een nieuwe, tweede prothese gekregen die het mij mogelijk maakt nog meer zelfstandig te doen. Ondertussen heb ik ook al twee jaar opnieuw werk. Het enige probleem is dat ik veel moeite ondervind met het beklimmen en afdalen van trappen. Daarom heb ik ervoor gekozen om op de benedenverdieping van mijn huis een slaapkamer te laten inrichten en daar te gaan slapen.”
Wil je meer informatie over je mogelijkheden als prothesepatiënt? Neem dan contact op met het CAW / de sociale dienst van je Liberale Mutualiteit. De maatschappelijk werkers van deze dienst helpen je graag verder.