Enkele cijfergegevens over mantelzorg
In Vlaanderen zijn er naar schatting 580.000 mantelzorgers.
De meerderheid van de mantelzorgers zijn vrouwen: 62% vrouwen tegenover 38% mannen.
Gemiddeld zorgen vrouwelijke vijftigers en mannelijke zestigers voor zorgbehoevende zeventigers.
61% zorgt voor (schoon)moeder of (schoon)vader, kinderen, zussen of broers. 24% zorgt voor de partner en 12% voor vrienden of buren.
Vrouwelijke mantelzorgers geven voor de zorg vlugger hun job op, terwijl mannen eerder de stap zetten als ze gepensioneerd zijn.
64% is al vijf jaar of langer mantelzorger.
74% is mantelzorger uit vrije wil.
50% ondervindt emotionele of fysieke belasting. Toch vindt de overgrote meerderheid van de mantelzorgers dat hun algemene gezondheidstoestand goed is. Slechts een kleine minderheid (minder dan 10%) geeft aan dat die slecht tot zeer slecht is.
90% zou het opnieuw doen.
Hoger opgeleiden (hoger middelbaar onderwijs en hoger onderwijs) verlenen eerder mantelzorg dan lager opgeleiden (geen onderwijs, lager onderwijs en lager middelbaar onderwijs). Lager opgeleiden verlenen wel meer intensief mantelzorg dan hun hoger opgeleide collega-mantelzorgers. Hoger opgeleiden doen sneller beroep op diensten voor gezinszorg om de huishoudelijke en persoonsverzorgende taken op zich te nemen. Hierbij spelen twee factoren mee: ten eerste zijn hoger opgeleiden minder snel geneigd hun job op te geven om voor een zorgbehoevende persoon te zorgen en ten tweede verdienen zij meestal ook meer, waardoor zij zich gemakkelijker externe hulp kunnen veroorloven.
18% van de mantelzorgers staat er alleen voor, 73% werkt samen met één of meerdere professionele hulpverleners, 48% werkt samen met één of meerdere andere mantelzorgers en 14% werkt samen met één of meerdere vrijwilligers.
De meeste mantelzorgers en zeker de mannen zorgen voor één persoon. Vooral vrouwen zorgen voor meer personen tegelijk.
Een zorgbehoevende persoon kan ook beschikken over meerdere mantelzorgers: de partner, de ouders, de kinderen, een buur, ... Dat heeft een enorm voordeel: op die manier wordt het werk verdeeld over verschillende personen, waardoor de draaglast per persoon minder zwaar is. Meestal is er dan wel een mantelzorger die het meeste werk doet en die vaak ook het geheel coördineert: dat is de centrale mantelzorger.
Het aantal werkende mantelzorgers nam de laatste jaren enorm toe. In 1988 was slechts een vijfde van de mantelzorgers beroepsactief; nu is dat toegenomen tot meer dan een derde.