Tips om depressie te voorkomen
Thuis zorgen voor een zorgbehoevende persoon is niet vanzelfsprekend. Niet alleen de fysieke inspanningen die je dient te leveren, zoals het heffen en tillen van bepaalde voorwerpen en misschien zelfs het optillen van de zorgbehoevende persoon wanneer deze dient verplaatst te worden, wegen zwaar door. Zorg dragen voor een ander is ook op psychisch en emotioneel vlak een zware opdracht. Het kan al eens gebeuren dat je draagkracht het begeeft onder de draaglast. Wanneer de balans te veel in onevenwicht geraakt, kan je depressief worden. Wees gerust, je bent niet alleen. Onderzoek heeft uitgewezen dat één op vijf mantelzorgers met een depressie kampt, waarvan de meesten het zelfs niet eens weten en er dus ook niets aan doen.
Toch zijn er enkele eenvoudige zaken die je kan doen om het krijgen van een depressie te voorkomen. We sommen graag enkele tips op:
Regelmatig buiten komen is een goede manier om depressie te voorkomen. Het best doe je dit op het ogenblik dat de zon schijnt. Een Nederlandse studie die onderzoek voerde naar depressie bij ouderen kwam immers tot de conclusie dat ouderen die vaker in de zon liepen minder kans hadden om depressief te worden. De reden hiervoor is dat zonlicht het vitamine D-gehalte in het bloed doet toenemen. Vitamine D wordt in de huid aangemaakt door zonlicht. Wandelen, fietsen, boodschappen doen en andere buitenactiviteiten vergroten de blootstelling van de huid aan zonlicht en kunnen daarmee het risico op een depressie verkleinen.
Je kan ook je energiebalans eens opstellen. Hierbij vergelijk je de taken die jou energie kosten en de zaken die je energie opleveren. Taken die jou energie kosten, noemen we ‘energielekken’; dingen die je deugd doen, noemen we ‘energiebronnen’. Nadien is het de bedoeling dat je op zoek gaat naar mogelijkheden om meer tijd vrij te maken voor je energiebronnen en dat je gaat zoeken naar oplossingen voor je energielekken (bepaalde taken uit handen geven, hulp zoeken bij familie of professionele hulpverleners, ...).
Wees assertief en stel grenzen, ook tegen je familie en zelfs tegen de zorgbehoevende personen. Let erop dat je je steeds uitdrukt in ik-boodschappen. Dit wil zeggen dat je praat in ik-termen en dat je altijd aangeeft waarom en wanneer je iets wil of niet (meer) wil. Dit is geen wondermiddel, maar het helpt je wel duidelijke afspraken te maken en anderen aan die afspraken te houden.
Heel wat mantelzorgers hebben er vaak moeite mee om even tijd te nemen om onderscheid te maken tussen belangrijke, noodzakelijke en dringende zaken. Niet alles hoeft onmiddellijk te gebeuren en hoef je zelf te doen. Misschien kunnen sommige dingen ook eens een dag wachten of lukt het ook als je de hulp inroept van een familielid, een buur, een vriend of een professionele hulpverlener. Dat zorgt voor een beetje minder druk op je schouders.
Hoor je jezelf vaak zeggen: “Ik moet ... nog doen.” Verander die zin telkens weer in: “Ik kan ... doen of niet.” Ga voor jezelf na wat de gevolgen zijn als je het niet doet en maak op basis daarvan een keuze. Verander je zin in: “Ik wil ... doen” en voer je beslissing uit! Merk hoe de energie in jezelf verandert telkens je deze oefening doet.
Laat de ziekte of de handicap van de zorgbehoevende persoon niet altijd het centrale thema van je leven zijn.
Werk volgens een vaste planning met duidelijke afspraken. Op die manier ontvang je gemakkelijker hulp op vaste tijden. Zo weet je op voorhand wanneer je tijd hebt voor jezelf.
Denk eraan goed voor jezelf te zorgen. Voorzie vaste momenten voor jezelf, ook al is dat maar een uurtje per week. Doe dan iets dat je echt graag doet: fietsen, kaarten, lezen, ...
Willen anderen je helpen? Aanvaard de hulp. Spreek duidelijk af welke taken zij kunnen doen.
Een gesprek met personen die jou begrijpen, doet wonderen. Ook in jouw streek zijn er mantelzorgers zoals jij. Je kan lotgenoten ontmoeten op één van de infosessies van onze vereniging.
Veel mantelzorgers gebruiken een dagboek als uitlaatklep en staan zo meer stil bij zichzelf.
Zorg voor een ander is tweerichtingsverkeer. Hanteer daarom volgende twee stellingen:
1. Als ik wat krijg, wil ik wat teruggeven.
2.
Als ik wat geef, wil ik wat terugkrijgen (een klein gebaar, een attentie, ...).
Ondervind je, ondanks deze tips, toch nog problemen? Dan kan je voor hulp terecht bij de dienst maatschappelijk werk en het Regionaal Dienstencentrum van je ziekenfonds.