Dementie: een wereld vol vragen
Oud wordt iedereen. Het is iets waar niemand kan aan ontsnappen. Samen met het oud worden, duiken ook ouderdomsverschijnselen op. Hoe groot of klein ze ook zijn, de ene heeft er veel last van, de andere merkt nauwelijks iets op.
Vergeetachtigheid is een kwaal waarbij personen snel de link leggen met dementie. Soms terecht, vaak ook onterecht. Signalen die het lichaam geeft, worden genegeerd uit angst voor de toekomst. Ook familieleden en vrienden geven zich soms onvoldoende rekenschap van de fundamentele veranderingen in de houding en het gedrag van personen die hen omringen.
Toch is het belangrijk om signalen niet zomaar te negeren. Dikwijls maakt men zich meer zorgen dan nodig en kan er snel een juiste behandeling worden voorzien. Ook wanneer er sprake is van dementie, is een vroegtijdige diagnose belangrijk. Begeleiding en ondersteuning kunnen dan van in het begin aangepast worden aan de noden van de dementerende persoon.
Wat is dementie?
‘Dementie’ is de naam die gegeven wordt aan een langzaam proces van geestelijke en lichamelijke aftakeling. Het treft vooral oudere personen, maar het is zeker geen ‘normale’ ouderdomsziekte. Het is onomkeerbaar, maar de aard en de oorzaak van de ziekte zijn nog niet volledig bekend. Ook voor de wetenschap heeft dementie nog veel geheimen.
Bij dementie wordt de functie van de hersenen aangetast. Ze werken niet meer naar behoren. Niet alleen de werking van het geheugen, maar ook een aantal andere organen worden daardoor verstoord.
Fases
Je wordt niet dement van de ene op de andere dag. Dat maakt het ook moeilijk om vast te stellen wanneer iemand precies dement is. Wetenschappelijk probeert men toch drie fases te onderkennen:
de beginnende dementie;
de gevorderde dementie;
de finale dementie.
De beginnende dementie of de sociale fase
De beginnende dementie wordt als sociale fase omschreven, omdat ze een grote invloed heeft op de sociale relaties van de dementerende: de relatie met partner, met familie, met vrienden, ... De dementerende is zich meestal bewust van zijn of haar achteruitgang, maar probeert het alsnog te ontkennen. Trucs en uitvluchten helpen hem of haar hierbij. Andere kenmerken van deze fase zijn:
vergeetachtigheid;
onrust;
verklaring zoeken voor huidige moeilijkheden (vb. nog niet hersteld van een griep);
de werkelijkheid ontwijken;
buien van agressie;
beginnend besef van dementie.
Gevorderde dementie of psychische fase
Deze fase wordt gekenmerkt door zelfverwaarlozing. De dementerende voelt zich verdwaald en is voortdurend op zoek naar vertrouwde zaken (eigen kamer, bril, huis, kinderen, ...). Zeker in deze fase is een vertrouwenspersoon noodzakelijk. Daar vindt de dementerende persoon rust, geborgenheid en bescherming. Andere kenmerken zijn:
het geheugenverlies neemt toe;
desoriëntatie in tijd en ruimte;
sterke emoties;
beschuldigingen aan het adres van anderen;
mogelijk waanbeelden.
Finale dementie of lichamelijke fase
De hersenen van de dementerende persoon controleren het lichaam bijna niet meer. De afhankelijkheid van de omgeving is compleet. Voor eten, wassen en verplaatsen is de patiënt aangewezen op de hulp van anderen. Hij of zij leeft in zichzelf verzonken. Andere kenmerken:
incontinentie;
verlies van alle intellectuele functies;
eindeloos herhalen van woorden of klanken;
bedlegerig.
In het boek ‘Altijd opnieuw afscheid nemen’ van Erik Stroobants vind je het verhaal van 12 mantelzorgers die voor hun dementerende partner of ouder gezorgd hebben of nog steeds zorgen.
De diagnose
Zelf kan je dementie niet vaststellen. Je kan alleen opmerken dat iemand opvallend veel kenmerken vertoont die overeenkomen met het ziektebeeld van dementie. Soms is er echter een ander ziektebeeld in het spel.
Een juiste diagnose is uiterst belangrijk. De arts is de beste persoon om dit te doen. Hij kent de levensloop van de patiënt en weet ook naar welke specialist hij kan doorverwijzen. Door observatie en een gespecialiseerd onderzoek kan men dementie onderscheiden van andere ziektebeelden. Een vroegtijdige diagnose kan wel wat narigheid voorkomen. Weten wat er aan de hand is, helpt om in elk stadium van de ziekte de juiste zorg en ondersteuning te voorzien. Ook voor de personen uit de omgeving van de dementerende persoon is een vroegtijdige diagnose belangrijk. Zij kunnen sneller de juiste houding aannemen en de demente met de juiste zorgen omringen.
Behandeling
Voor dementie bestaan geen medicijnen die de ziekte volledig kunnen stoppen. De arts kan wel geneesmiddelen voorschrijven die de symptomen van de ziekte uitstellen en de kwaliteit van het leven verbeteren.
Het belangrijkste bij dementie is wellicht de psychosociale begeleiding van de dementerende personen en hun omgeving. Zo’n begeleiding probeert de overblijvende mogelijkheden van de patiënt zoveel mogelijk te stimuleren.
Een psychosociale begeleiding van een dementerende is echter niet gemakkelijk. Daarom werd er in je regio een expertisecentrum voor dementie opgericht. Je kan er terecht met al je vragen over dementie, voor steun en begeleiding. Het expertisecentrum kan je op volgende manieren bereiken:
voor het arrondissement Leuven: 016/20 29 06 en memo@dementie.be;
voor het arrondissement Halle-Vilvoorde: 02/398 00 18 of memo2@dementie.be.
Voor meer informatie hieromtrent kan je steeds terecht op onze dienst thuiszorg via het centrale oproepnummer: 02/209 49 75.
Bron: Handleiding voor de bespreking van de video ‘Ik ken je niet meer’, Expertisecentrum dementie Vlaanderen