Als verlies onafwendbaar is...
Het stervensgebeuren heeft ons altijd willens nillens gefascineerd, zeker op het ogenblik dat we zelf afscheid moeten nemen van iemand. Dan staan onze zintuigen plots wijd open en zijn we eindelijk eens bereid om over onze angst heen, een blik te werpen op de dood.
Wie met een stervende geconfronteerd wordt en die wil bijstaan, merkt algauw dat hij geen woorden, geen gebaar vindt. Niets is normaler en menselijker dan dat. Zijn er wel woorden voor zo’n definitief afscheid? Ja en nee. Er is de theorie die in duizenden woorden zegt hoe je moet handelen en voelen. En er is de praktijk van mensen die niet of nauwelijks in contact komen met die gegevens en het gevoel hebben dat ze er alleen voor staan. Zonder nodeloos uit te weiden, lichten we hieronder het rouwproces toe, zodat het omgaan met sterven beter te begrijpen valt.
De 5 fasen van het rouwproces volgens Elisabeth Kübler-Ross
De patiënt verneemt het verschrikkelijke nieuws en probeert dit te hanteren door te doen alsof het niet bestaat. Dit kan op verschillende manieren gebeuren: sommigen blijven op zoek gaan naar nieuwe en betere diagnoses bij andere dokters, anderen zoeken alternatieve geneeswijzen of zetten de behandeling stop omdat ze menen dat hun lijden louter daardoor wordt veroorzaakt. Op zich is ontkenning niet verkeerd, het beschermt de persoon een stuk tegen de harde realiteit. Toch is het goed dat hij de ontkenning geleidelijk aan kan inruilen voor de volgende fase. Ook isolering, dus zich terugtrekken uit de sociale kring, komt vaak voor in deze periode.
Natuurlijk
voelt de patiënt zich machteloos en is hij kwaad omdat hij getroffen wordt door
dit noodlot. Vaak uit hij die woede tegenover dokters, familie en vrienden, ook
al bedoelt hij dit niet zo. Woede komt vaak voor bij wie onder zware emotionele
druk staat.
Marchanderen kennen we vooral in de betekenis van onderhandelen, een deal sluiten bij de aankoop van iets. In het rouwproces heeft deze fase de zin van het lijden en de dood te willen uitstellen, vaak door fouten te verbeteren. Zo kan de patiënt zichzelf voornemen nog te stoppen met roken zodat hij nog een maand langer kan leven. Het marchanderen is een soort vastklampen aan de laatste mogelijkheden, of ze nu helpen of niet.
De hoop van de patiënt is stilaan verzonken in het besef dat hij niet kan overleven. Eerst vraagt hij zich moedeloos af wat de betekenis is van er niet meer te zijn, later richt zich dat ook toch zijn familie: ‘Zullen ze het redden zonder mij?’, ‘Zullen ze mij missen?’
Er is een
zeker mate van rust opgetreden. De woede, depressie, angst, jaloezie op
overlevenden, ... zijn geluwd. Opflakkeringen van hoop en wanhoop kunnen wel
blijven bestaan. Het is immers niet zo dat aanvaarding een instelling is, die
men voor eens en voor altijd heeft bereikt.
Let wel: soms slaan mensen een fase over en soms keert een bepaalde fase terug. Het verloop blijft een individuele zaak die niet perfect te voorspellen valt. Wel kan de kennis over deze fasen begrip en verlichting brengen voor zowel de naasten als de palliatieve patiënt zelf.
Over de dood en het rouwpreces is al zoveel geschreven dat je zeker in elke bibliotheek terecht kan voor informatie
Maar je kan ook terecht bij het Regionaal Dienstencentrum en het Centrum Algemeen Welzijnswerk – sociale dienst van de Liberale Mutualiteit West-Vlaanderen op het nummer 050/45.01.00.